|
Met terugkerende regelmaat analyseert de groepsleerkracht de sfeer in de groep.
Hierbij maakt hij/zij gebruik van dagelijkse observaties en een sociogram.
Aan de hand van de volgende vragen vormt de leerkracht zich een beeld van de groepssfeer.
Kwaliteit groepssfeer
1. Ervaren de kinderen de school als ‘’hun’ school. Herkennen zij de school als een plek
die elementen uit de vertrouwde sfeer van thuis laat terug komen?
2.Hoe vind ik de sfeer in mijn groep? (totaalsfeer)
3. Waarop baseer ik dit oordeel?
4.Wat vind ik positieve aspecten van de groepssfeer?
5. Welke aspecten beoordeel ik negatief?
6.Hoe worden de uitvoering van het schoolprogramma en de schoolprestaties door de groepssfeer (positief en negatief) beïnvloed?
Relatie leerkracht-kinderen
1.Met welke kinderen heb ik een goede,prettige relatie?
2.Wat vind ik goed of prettig aan die relaties?
3.Met welke kinderen laat de relatie te wensen over?
4. Waarom vind ik die relaties niet prettig?
Relaties tussen kinderen
1. Welke kinderen gaan plezierig met elkaar om?
2. Waarom vind ik dat?
3.Waarom zouden deze kinderen zo met elkaar omgaan?
4.Welke kinderen hebben voortdurend of vaak problemen met elkaar?
5. Waarom vind ik hun relatie problematisch?
6. Kan ik oorzaken aanwijzen?
Relatie onderwijsprogramma-groepssfeer
1. Welke positieve
invloeden heeft het
onderwijsprogramma
(inhoud,werkvorm,
groeperingsvorm,
leer -hulpmiddelen)
op het functioneren
van de groep en van
mijzelf?
2. Waarom vind ik die
invloeden positief?
3.Welke negatieve
invloeden heeft het
onderwijsprogramma op het functioneren van de groep en mijzelf?
4. Waarom vind ik die
invloeden negatief?
|
We streven er naar de volgende leerkracht te zijn:
Een goede groepssfeer is te danken aan een samenspel met de leerkrachten in de rol van spelverdelers.
Dat betekent dat de leerkrachten het meeste gewicht in de schaal legt.
De leerkrachten bepalen hoe ze met aandachttrekkers,
ruziezoekers en
dwarsliggers omgaan.
Deze keuze is sfeer-
bepalend, nl. sfeer-
verbeterend of sfeerbedervend.
Leerkrachten met een positieve basisinstelling blijken
een gunstige uitwerking op de groepssfeer te hebben:
* ze leggen verhoudingsgewijs meer nadruk op de vorderingen van kinderen dan op hun tekortkomingen
*ze tonen vertrouwen in de ontwikkeling van kinderen:hoge , maar niet onrealistische verwachtingen stimuleren het zelfvertrouwen van kinderen
*ze gaan uit van de
goede bedoelingen van kinderen totdat het tegendeel blijkt.
Leerkrachten die zichzelf vooral als ordehandhaver zien en voortdurend bedacht zijn op kinderen die de rust verstoren , zijn vaak star in hun optreden en dragen zo ongewild bij aan het ontstaan van een gespannen sfeer in de groep.
Werken aan sfeerverbetering omvat daarom kijken naar de belangrijkste sfeerbepaler van de groep: de leerkracht..
Het is daarom goed regelmatig jezelf als leerkracht vragen te stellen als een zelfanalyse.
* Stel ik me flexibel op in de groep?
* Spreid ik mijn aandacht evenwichtig over alle kinderen?
*Zijn er kinderen die ik niet aan kan en wat
doe ik daar mee?
* Maak ik voldoende
gebruik van de mogelijkheden van
collegiale consultatie?
* Heb ik mijn problemen bespreekbaar gemaakt in het team?
*Hoe zijn mijn contacten met de ouders?
* Ben ik autoritair?
* Ben ik niet duidelijk en te toegeeflijk?
*Tolereer ik agressief gedrag in mijn groep?
*Ben ik zelf agressief naar de kinderen toe?
*Hanteer ik de regels consequent?
|
Het zit vaak in kleine dingen om de groepssfeer te versterken.
Voorbeelden:
* De kinderen elke dag aan de deur begroeten
* De kinderen veel bij hun voornaam noemen
* Meeleven tonen , zowel bij succes als bij verdriet en tegenslag.
*Grapjes maken, maar niet ten koste van kinderen
*Regelmatig vragen:
“vonden jullie het leuk wat we vandaag deden?
Wat kunnen we afspreken voor morgen
om het opnieuw interessant of leuk te maken?”
* Regelmatig in een groepsvergadering het reilen en zeilen van de groep tegen het licht houden.
* Weekopeningen en weeksluitingen invoeren.
* Ontspannende tussendoortjes opnemen in de lessen.
(liedje,raadsel,spelletje)
*Ondersteunen van het wij - gevoel: onze groep,
ons werk, onze ideeën.
* Regelmatig foto’s maken voor het klassenplakboek.
* Bij ruzies de verschillende kanten van de zaak belichten.
*Accentueren van het positieve.
*Verder uitbouwen van het samenwerkend leren.
*Inrichten van interessehoeken/tafels.
*De kinderen de mogelijkheid geven even te blijven plakken na schooltijd.
*Proberen te begrijpen waarom kinderen iets doen.
*Tevredenheid tonen als iets goed gaat.
*Programma onderdelen zoveel mogelijk koppelen aan de schoolomgeving en andere situaties die voor kinderen bekend zijn.
* Programma onderdelen zoveel mogelijk koppelen aan toekomstige situaties, waardoor de relevantie van het geleerde duidelijk wordt.
*Letten op de gesprekstoon tegenover kinderen
*Voortdurend zoek naar nieuwe vormen voor oude inhouden: kinderen houden van variatie, van het ongewone, van verrassingen.
*De klas attractief en ‘veelkleurig’ inrichten.
*Regelmatig de prikborden (laten) veranderen
*Een prikbord voor de kinderen voor hun mededelingen,foto’s etc.
* Verlevendigen van het onderwijs met speelse situaties en doe-activiteiten.
|
Als team zijn we samen verantwoordelijk voor
een goed pedagogisch klimaat in school, in de klas , op het schoolplein en andere locaties.
Dat betekent dat we
regelmatig de sfeer in school en in elke groep bespreekbaar maken in teamvergaderingen en in onderlinge besprekingen.
We stellen ons hierbij constructief en actief meedenkend op.
Voor een goede aanpak van allerlei communicatieve zaken hanteren we de volgende afspraken:
* We bespreken conflicten daar waar het hoort.
* We stellen ons kwetsbaar en assertief op in leersituaties als het gaat om onderling functioneren, contacten met ouders en andere geledingen.
Opbouwende kritiek van ouders wordt gewaardeerd.
* Er is aandacht voor de persoonlijke omstandigheden waarin collega’s verkeren (lief en leed)
*We bespreken geen gegevens van leerlingen met een andere collega in het bijzijn van andere kinderen. In de communicatie met ouders over hun kind maken we de afweging om het kind er bij te houden of te vragen weg te gaan. Tevens waken we ervoor dat we de gegevens van het kind bespreken in aanwezigheid van andere ouders.
* Bij niet geplande,onverwachte oudergesprekken met een grote emotionele lading ondersteunen we elkaar als collega’s, door deel te nemen aan het gesprek en e.v een vervolggesprek te plannen waarop alle partijen zich goed kunnen voorbereiden.
*Ouders dienen ons werkterrein tot de school te beperken. Het aanspreken van ouders over hun kind in de supermarkt of op straat moeten we zelf afkappen. Het gesprek hoort thuis of op school plaats te vinden.
Tijdens huisbezoeken in het kader van de voortgangsrapportage bespreken we relevante zaken en spreken niet over andere collega’s.
Bij huisbezoeken aan gezinnen die uit een andere cultuur komen respecteren we hun gewoonten. Bij bezoeken aan eenoudergezinnen kan het soms wenselijk zijn samen op bezoek te gaan.
*We respecteren de vrije tijd van elkaar en proberen te voorkomen dat we de ander onnodig storen in de privé-situatie. Ook ouders proberen we hiervan te overtuigen.
|