Protocol pedagogisch klimaat

 

Onder een goed pedagogisch klimaat verstaan wij een klimaat waarin kinderen zich veilig kunnen voelen, vertrouwen in zichzelf, in elkaar en in volwassenen kunnen hebben. Kinderen leren samenwerken , leren omgaan met eigen emoties en met die van anderen. Verschillen tussen kinderen worden gewaardeerd en gezien als kansen.

 

Om dit te kunnen bewerkstelligen is er afstemming nodig. Afstemming tussen teamleden onderling, maar ook afstemming tussen ouders en teamleden.

 

Pedagogisch klimaat

In school

In de groep

In de gymzaal/zwembad

    excursies

Op de speelplaats/het schoolplein

 

Aspecten

Rol van de leerkracht

Rol van de leerlingen

Rol van de ouders

Onderwijs

programma

 

In de school

Algemene schoolregels:

1. In school zijn we rustig.

2.  We zijn zuinig op de spullen van onszelf, de ander en de school

3. We helpen elkaar

4. Behandel een ander en jezelf met respect

 

Zie nadere uitwerking van regel 4 in het pestprotocol.

Waar?

 

Deze regels hangen goed zichtbaar op 3 plaatsen in de school.

Ze worden ook vermeld in de schoolgids.

Hoe?

 

Aan het begin van het cursusjaar komen deze regels in alle groepen aan de orde.

Tijdens lessen “Jij en ik” worden de regels besproken.

Voor wie?

 

Deze regels gelden voor alle deelnemers in de school.

We wijzen elkaar hier op.

Elke leerkracht wijst leerlingen uit alle groepen op deze regels.

We doen dit bij voorkeur preventief en bevestigend.

 

 

 

 

 

 

 

 

In de groep

groepsregels

klassendienst

groepsleiders

Zelfstandig werkblokjes

 Elke groep stelt zijn eigen groepsregels op aan het begin van het cursusjaar.

Voorbeelden:

* We komen rustig binnen en verlaten ook zo de klas

*  We gaan alleen naar het toilet als we daarmee niet de les verstoren, 1 tegelijk

*  We luisteren naar elkaar, er kan er maar 1 spreken

* Als de leerkracht het sein geeft om stil te worden bel,triangel,

reageren we meteen.

* Als we elkaar helpen spreken we zacht.

enz. 

Elke dag hebben 2 kinderen klassendienst. Ze vegen het lokaal om 15.15 uur, maken het bord schoon en zetten

tafels en stoelen recht.

Elke week is een van de kinderen uit de tafelgroep de groepsleider en zorgt voor het uitdelen en ophalen van het werk.

Tijdens zelfstandig werken ( en op aanwijzen van de leerkracht bij de verwerking van bepaalde lessen) maken we gebruik van de blokjes met een rood en groen vlakje en vraagteken.

We doen dit volgens afgesproken regels.

 

 

 

Gymzaal/zwembad/buitenschoolse activiteiten

Algemene schoolregels

Gedrag in de kleedkamers

Omgang met materialen

In deze situaties gelden de algemene schoolregels.

Met de groep wordt vooraf duidelijk besproken wat van iedereen verwacht wordt.

Dit kan o.a de volgorde van fietsen of lopen betreffen.

 

 

Met elke groep wordt aan het begin van het cursusjaar afgesproken hoe we met elkaar omgaan in deze ruimte.

De nadruk ligt op respect voor elkaar, het ordelijk houden van de ruimte en het elkaar helpen.

We zijn rustig (geen lawaai om het lawaai) en zorgen dat we zoveel mogelijk tijd kunnen besteden aan de gym /zwemles

We zorgen dat alle materialen die we gebruiken op de aangewezen plaats terug gezet worden.

Met de materialen gaan we zuinig en volgens afspraak om.

 

 

 

 

 

 

 

 

Speelplaats/schoolplein

spelmogelijkheden

pleinregels

Rol van de leerkracht

Verbeteren van de sociale vaardigheden en houding

Waar mogelijk wordt het spel op het schoolplein ingebed in het totale schoolgebeuren.

Voorbeelden:

* De kleuters maken met hulp van juf een glooiing in de zandbak en leggen er een kleed overheen. Ze rollen vervolgens zelf en met hoepels en autobanden van de helling af.

* De kinderen leren een dans bij drama/muziek en oefenen op het schoolplein. De hele week oefenen kinderen spontaan op het plein.

* Een deel van het schoolplein mag gebruikt worden voor skateboards

* De leerkracht sluit aan bij het knikkerspel tijdens de rekenles.

* Er hangt een lijst met spelletjes als inspiratiebron voor het raam.

* Elke groep heeft een spelletjeskist.

 

Er hangt een lijst met positief gestelde pleinregels zichtbaar vanaf het plein.

Aan deze regels wordt consequent vastgehouden.

1.We lopen met de fiets aan de hand over het plein.

2. Tijdens het speelkwartier mag er met speelgoed uit de kist gespeeld worden.

3. Voetballen met een softbal mag tijdens het speelkwartier achter op het plein.

4. Sneeuwballen en skateboarden mag op het aangewezen stuk van het plein.

5. Om 12.45 uur brengen de overblijfkinderen het speelgoed naar binnen.

6. Elke groep zorgt voor de eigen speelgoedkist.

 

 

Als de regels niet opgevolgd worden zorgt de leerkracht ervoor dat  het logisch gevolg voor de kinderen duidelijk is.

Om 8.20 uur is er een leerkracht op het plein die kinderen en ouders begroet en toezicht houdt op het ordelijk wegzetten van de fietsen in de stalling. Om 11.45 en 15.15 uur is er een leerkracht op het plein bij het verlaten van de school.

Tijdens het speelkwartier is er een leerkracht op het plein.

Deze leerkracht heeft een participerende rol en heeft een stimulerende invloed door: meedoen met verschillende spelletjes, ideeën  voor nieuwe spelletjes aanreiken, bemiddelen in dreigende conflicten,gedrag ombuigen i.p.v slechts te verbieden.

 

Verdeeld over het schooljaar worden 10 lessen in onderbouw, middenbouw en bovenbouw gegeven uit het boek: Kinderen en ….. van schoolplein tot speelplaats , Kwintessens.

Onderbouw:

1. Een fijne speelplaats

2.Regels op het schoolplein

3. Mag ik meedoen?

4. De afwijzing

5. Hij pest mij

6.Een conflict oplossen

7. Hulp bieden

8.Wat had jij een leuk spel bedacht

9.Een ongeluk

10.Het plein aanpakken

Middenbouw/bovenbouw

1. Fijn  op de speelplaats

2. De belangrijkste regels

3.Mag ik meedoen?

4. Jij mag niet meedoen

5. Aangeven wat je niet leuk vindt.

6.Een conflict oplossen

7.Hulp bieden

8.Een compliment geven

9. Een ongeluk

10.Het plein aanpakken

bovenbouw

 

 

 

 

 

Rol van de leerkracht

Analyseren van de sfeer in de groep

Analyseren van de eigen rol

Invoeren van nieuwe sfeerversterkers

Teamafspraken

Met terugkerende regelmaat analyseert de groepsleerkracht de sfeer in de groep.

Hierbij maakt hij/zij gebruik van dagelijkse observaties en een sociogram.

Aan de hand van de volgende vragen vormt de leerkracht zich een beeld van de groepssfeer.

Kwaliteit groepssfeer

1. Ervaren de kinderen de school als ‘’hun’  school. Herkennen zij de school als een plek

die  elementen uit de vertrouwde sfeer van thuis laat terug komen?

2.Hoe vind ik  de sfeer in mijn groep? (totaalsfeer)

3. Waarop baseer ik dit oordeel?

4.Wat vind ik positieve aspecten van de groepssfeer?

5. Welke aspecten beoordeel ik negatief?

6.Hoe worden de uitvoering van het schoolprogramma en de schoolprestaties door de groepssfeer (positief en negatief) beïnvloed?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Relatie leerkracht-kinderen

1.Met welke kinderen heb ik een goede,prettige relatie?

2.Wat vind ik goed of prettig aan die relaties?

3.Met welke kinderen laat de relatie te wensen over?

4. Waarom vind ik die relaties niet prettig?

Relaties tussen kinderen

1. Welke kinderen gaan plezierig met elkaar om?

2. Waarom vind ik dat?

3.Waarom zouden deze kinderen zo met elkaar omgaan?

4.Welke kinderen hebben voortdurend of vaak problemen met elkaar?

5. Waarom vind ik hun relatie problematisch?

6. Kan ik oorzaken aanwijzen?

Relatie onderwijsprogramma-groepssfeer

1. Welke positieve

invloeden heeft het

onderwijsprogramma

(inhoud,werkvorm,

groeperingsvorm,

leer -hulpmiddelen)

op het functioneren

van de groep en van

mijzelf?

2. Waarom vind ik die

invloeden positief?

3.Welke negatieve

invloeden heeft het

onderwijsprogramma op het functioneren van de groep en mijzelf?

4. Waarom vind ik die

invloeden negatief?

 

 

 

 

 

We streven er naar de volgende leerkracht te zijn:

Een goede groepssfeer is te danken aan een samenspel met de leerkrachten in de rol van spelverdelers.

Dat betekent dat de leerkrachten het meeste gewicht in de schaal legt.

De leerkrachten bepalen hoe ze met aandachttrekkers,

ruziezoekers en

dwarsliggers omgaan.

Deze keuze is sfeer-

bepalend, nl. sfeer-

verbeterend of sfeerbedervend.

Leerkrachten met een positieve basisinstelling blijken

een gunstige uitwerking op de groepssfeer te hebben:

* ze leggen verhoudingsgewijs meer nadruk op de vorderingen van kinderen dan op hun tekortkomingen

*ze tonen vertrouwen in de ontwikkeling van kinderen:hoge , maar niet onrealistische verwachtingen stimuleren het zelfvertrouwen van kinderen

*ze gaan uit van de

goede bedoelingen van kinderen totdat het tegendeel blijkt.

Leerkrachten die zichzelf vooral als ordehandhaver zien en voortdurend bedacht zijn op kinderen die de rust verstoren , zijn vaak star in hun optreden en dragen zo ongewild bij aan het ontstaan van een gespannen sfeer in de groep.

Werken aan sfeerverbetering omvat daarom kijken naar de belangrijkste sfeerbepaler van de groep: de leerkracht..

Het is daarom goed regelmatig jezelf als leerkracht vragen te stellen als een zelfanalyse.

* Stel ik me flexibel op in de groep?

* Spreid ik mijn aandacht evenwichtig over alle kinderen?

*Zijn er kinderen die ik niet aan kan en wat

doe ik daar mee?

* Maak ik voldoende

gebruik van de mogelijkheden van

collegiale consultatie?

* Heb ik mijn problemen bespreekbaar gemaakt in het team?

*Hoe zijn mijn contacten met de ouders?

* Ben ik autoritair?

* Ben ik niet duidelijk en te toegeeflijk?

*Tolereer ik agressief gedrag in mijn groep?

*Ben ik zelf agressief naar de kinderen toe?

*Hanteer ik de regels consequent?

 

Het zit vaak in kleine dingen om de groepssfeer te versterken.

Voorbeelden:

* De kinderen elke dag aan de deur begroeten

* De kinderen veel bij hun voornaam noemen

* Meeleven tonen , zowel bij succes als bij verdriet en tegenslag.

*Grapjes maken, maar niet ten koste van kinderen

*Regelmatig vragen:

“vonden jullie het leuk wat we vandaag deden?

Wat kunnen we afspreken voor morgen

om het opnieuw interessant of leuk te maken?”

* Regelmatig in een groepsvergadering het reilen en zeilen van de groep tegen het licht houden.

* Weekopeningen en weeksluitingen invoeren.

* Ontspannende tussendoortjes opnemen in de lessen.

(liedje,raadsel,spelletje)

*Ondersteunen van het wij - gevoel: onze groep,

ons werk, onze ideeën.

* Regelmatig foto’s maken voor het klassenplakboek.

* Bij ruzies de verschillende kanten van de zaak belichten.

*Accentueren van het positieve.

*Verder uitbouwen van het samenwerkend leren.

*Inrichten van interessehoeken/tafels.

*De kinderen de mogelijkheid geven even te blijven plakken na schooltijd.

*Proberen te begrijpen waarom kinderen iets doen.

*Tevredenheid tonen als iets goed gaat.

*Programma onderdelen zoveel mogelijk koppelen aan de schoolomgeving en andere situaties die voor kinderen bekend zijn.

* Programma onderdelen zoveel mogelijk koppelen aan toekomstige situaties, waardoor de relevantie van het geleerde duidelijk wordt.

*Letten op de gesprekstoon tegenover kinderen

*Voortdurend zoek naar nieuwe vormen voor oude inhouden: kinderen houden van variatie, van het ongewone, van verrassingen.

*De klas attractief en ‘veelkleurig’ inrichten.

*Regelmatig de prikborden (laten) veranderen

*Een prikbord voor de kinderen voor hun mededelingen,foto’s etc.

* Verlevendigen van het onderwijs met speelse situaties en doe-activiteiten.

 

 

Als team zijn we samen verantwoordelijk voor

een goed pedagogisch klimaat in school, in de klas , op het schoolplein en andere locaties.

Dat betekent dat we

regelmatig de sfeer in school en in elke groep bespreekbaar maken in teamvergaderingen en in onderlinge besprekingen.

We stellen ons hierbij constructief en actief meedenkend op.

Voor een goede aanpak van allerlei communicatieve zaken hanteren we de volgende afspraken:

* We bespreken conflicten daar waar het hoort.

* We stellen ons kwetsbaar en assertief op in leersituaties als het gaat om onderling functioneren, contacten met ouders en andere geledingen.

Opbouwende kritiek van ouders wordt gewaardeerd.

* Er is aandacht voor de persoonlijke omstandigheden waarin collega’s verkeren (lief en leed)

*We bespreken geen gegevens van leerlingen met een andere collega in het bijzijn van andere kinderen. In de communicatie met ouders over hun kind maken we de afweging om het kind er bij te houden of te vragen weg te gaan. Tevens waken we ervoor dat we de gegevens van het kind bespreken in aanwezigheid van andere ouders.

* Bij niet geplande,onverwachte  oudergesprekken met een grote emotionele lading ondersteunen we elkaar als collega’s,  door deel te nemen aan het gesprek en e.v een vervolggesprek te plannen waarop alle partijen zich goed kunnen voorbereiden.

*Ouders dienen ons werkterrein tot de school te beperken. Het aanspreken van ouders over hun kind in de supermarkt of op straat moeten we zelf afkappen. Het gesprek hoort thuis of op school plaats te vinden.

Tijdens huisbezoeken in het kader van de voortgangsrapportage bespreken we relevante zaken en spreken niet over andere collega’s.

Bij huisbezoeken aan gezinnen die uit een andere cultuur komen respecteren we hun gewoonten. Bij bezoeken aan eenoudergezinnen kan het soms wenselijk zijn samen op bezoek te gaan.

*We respecteren de vrije tijd van elkaar en proberen te voorkomen dat we de ander onnodig storen in de privé-situatie. Ook ouders proberen we hiervan te overtuigen.

 

 

Rol van de leerlingen

taalgebruik

gedragscriteria

Achtergrond literatuur

Aanspreekvormen:

De leerlingen spreken op onze school de leerkracht aan met meester of juf en de voornaam.

Vanaf groep 5 leren de kinderen de leerkracht met u aan te spreken.

In het dagelijkse taalgebruik spreken de kinderen op school A.B.N. Kinderen die thuis alleen dialect hebben leren spreken komen we de eerste tijd tegemoet door soms te vertalen, maar verder spreken we in de groep Nederlands. Dit geldt ook voor de Duitstalige kinderen.

Er wordt niet getolereerd dat kinderen vloeken of grove taal spreken. Hier besteden we actief aandacht aan door dit in de groepen te bespreken en de leerlingen duidelijk te maken wat ze daarmee zeggen.

Door de verandering in het dagelijkse spraakgebruik en de verruwing van de taal nemen we als tweede lijn aan dat we letten op verweving in de dagelijkse taal van allerlei geslachtsdelen in de taal (bijvoorbeeld kutwijf etc.)

Bij de grappen en moppen houden we de lijn aan dat moppen die discriminerend en kwetsend zijn t.a,v ras,bevolking, geloof of overtuiging, seksuele geaardheid niet worden getolereerd.

Kinderen worden gestimuleerd tot de volgende positieve gedragswijzen:

Het kind

Heeft een goed gevoel van zijn eigenwaarde

Heeft het gevoel erbij te horen

Heeft sociaal aanvaarde doelen

Kan een situatie meestal het hoofd bieden

Denkt meer in ’wij’ dan alleen maar in ‘ik’

Neemt verantwoordelijkheid

Heeft belangstelling voor anderen

Respecteert de rechten van anderen

Is verdraagzaam voor anderen

Werkt samen met anderen

Moedigt anderen aan

Is moedig

Is eerder bereid te delen, dan zich zorgen te maken over “Hoeveel krijg ik ervoor?’

Is eerlijk

Wil zich inspannen

 

In de groep besteden we expliciet aandacht aan sociale vaardigheden van kinderen.

Enkele voorbeelden:

Actief leren luisteren naar elkaar door elkaar aan te kijken. Elkaar helpen. Oorzaak en gevolg leren zien .

Respecteren van meningen.

Weten wat ongezeglijkheid is en meegaandheid oefenen.

Geduld oefenen.

*Methode : Jij en ik

*Kinderen en … omgaan met waarden en normen – Kwintessens

* Orde houden zonder tranen -

  Rudol Dreikurs , Pearl Cassel

  (eduforce)

* Kinderen en ….

   Van schoolplein tot     speelplaats-

Kwintessens

 

 

 

Rol van de ouders

informatie

communicatie

samenwerking

De ouders worden via verschillende kanalen geïnformeerd:

Schoolgids

Jaarkalender

Maand nieuwsbrief

Schoolkrant

Website

Informatieavonden

Kijkmorgens

10-minutengesprekken

Gesprek over m.n sociaal-emotionele ontwikkeling in het voorjaar of huisbezoek

Oudergesprekken op afroep

 

Communicatie met ouders over leerlingen met extra zorg:

 

Als een leerling besproken wordt in de leerlingbespreking in het team is daar vooraf contact over met de ouders.

Na afloop wordt opnieuw met de ouders gesproken.

 

Als er reden tot zorg is t.a.v de pedagogische en/of didactische ontwikkeling van een leerling wordt daarover met de ouders gesproken.

 

Bij het opstellen van een handelingsplan worden ouders op de hoogte gesteld en  het plan wordt ondertekend door ouders.

Als er opvallende ontwikkelingen zijn bij kinderen  op sociaal emotioneel gebied worden ouders uitgenodigd samen met de leerkracht / het team na te denken over de aanpak van mogelijke problemen. Beide partijen hebben hierbij inbreng. Dit kan betekenen dat er externe deskundigen worden geraadpleegd.

Het plan van aanpak wordt afgestemd op de situatie thuis

en op school en op afgesproken tijden geëvalueerd door ouders en school.

 

Onderwijsprogramma

Adaptief onderwijs

Samenwerkend leren

Adaptief onderwijs gaat uit van verschillen tussen leerlingen.

In onze school zijn wij als lerende school bezig het adaptief onderwijs in te voeren via het B.A.S (bouwen aan een adaptieve school) project.

Hierbij maken we o.a gebruik van de methode effectieve instructie.

Het is mogelijk om voor kinderen een eigen leerweg te organiseren waarbij we uitgaan van hoge , maar wel reële verwachtingen voor elk kind.

We proberen het leren aantrekkelijk te maken door aan te sluiten bij interesses van kinderen. We maken hiervoor belangstellingshoeken en kijktafels door de hele school.

Het coöperatief of samenwerkend leren is een onderdeel van het B.A.S project.

Dit willen we in onze school invoeren in alle groepen.

Samenwerkend leren kan een positieve bijdrage

Zijn  tot een goed pedagogisch klimaat.

Het heeft de volgende kenmerken:

·         positieve afhankelijkheid van elkaar in het leerproces.

 

·         interactie van gezicht tot gezicht

 

·         ieder is aanspreekbaar voor zijn taak

 

·         ontwikkeling van interpersoonlijke vaardigheden

 

·         continue verbetering van het groepsleren

 

 

 

 

 

 




Deze school is onderdeel van


www.accentscholengroep.nl

Contactgegevens
Ds. van Dijkschool

Adres
Maurits Prinsstraat 18
7091CV
Dinxperlo

E-mail
directie@vandijkschool.nl

Telefoon
0315-651116

Fax
0315-243074

Kerstviering 2011 118